• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar

Löwenhardt Foundation

Over de geschiedenis van vier families

  • Home
  • De stichting
  • Kunst
  • Exposities
  • Verhalenarchief
  • Fotoalbum
  • In druk
  • Contact

Tachtig, allemachtig


Op de geboortedag van mijn vader (19 augustus 1913) moet ik maar eens stilstaan bij mijn eigen sterfelijkheid. Aan het eind van deze week ben ik, bij leven en welzijn, 78 jaar oud. De tachtig komt in zicht. Hoe lang ga ik nog mee?

Het referentiepunt is vanzelfsprekend de leeftijden die mijn voorvaderen hebben bereikt. Van in totaal 28 Joodse mannen (de vrouwen laat ik hier buiten beschouwing) beschik ik over voldoende gegevens. Zij omspannen vijf generaties, van eind 18e eeuw tot begin 21e eeuw.

Mijn oudst bekende voorvader, van moeder’s zijde, was Marcus Levie de Leeuw die leefde van 1799 tot 1883. Dat is vijf generaties terug. Hij is net geen 84 jaar oud geworden. Over zijn bewogen leven heb ik gepubliceerd onder de titel De mannetjesputter van de Mediene.

Na hem kwamen zijn zoon Abraham Marcus de Leeuw (49), en nog twee betovergrootvaders, Salomon Löwenhardt (72) en Lefmann Weijl (70). Door het vroege overlijden van Abraham Marcus hadden zij de lage gemiddelde leeftijd van 63,7 jaar. 

De generatie van de overgrootvaders was de eerste die getroffen werd door de sjo’a, al zijn maar twee van de zes mannen oud genoeg geworden om door de nazi’s te worden vermoord.1 Een uitschieter was de grootvader van mijn moeder, Herman Weijl. Hij was 85 jaar oud toen hij op 31 augustus 1940 in Den Haag een natuurlijke dood stierf, net op tijd zullen we maar zeggen. De twee mannen die zijn vermoord, zijn overgrootvader Isaäk ten Brink (Auschwitz, 84) en een broer van mijn overgrootvader de Leeuw, Mauritz de Leeuw (Sobibor, 83). Van de overige drie was de gemiddelde leeftijd bij overlijden 71,7 jaar, voor de hele groep van zes bedroeg ze 77,8 jaar, mijn leeftijd terwijl ik dit schrijf.  

Julius Löwenhardt (hier met vrouw Claire) werd 86

Op hen volgde een groep van in totaal 15 mannen, grootvaders en hun broers, die door het grote moorden sterk werd uitgedund. Mijn grootvader Arnold de Leeuw was 58 jaar toen hij bij Vierhouten samen met zijn vrouw en zoon werd neergeknald, grootvader Adolf Löwenhardt was net twee dagen 61 toen hij in Auschwitz samen met zijn vrouw werd vergast. Van de in totaal tien mannen die werden vermoord, bedroeg de gemiddelde leeftijd 57,7 jaar. Van de vijf die een natuurlijke dood stierven bedroeg ze 62,8 jaar. Hermann Löwenhardt was 80 toen hij in 1972 in Milwaukee USA, stierf. Julius Löwenhardt werd maar liefst 86. Hij stierf in Mühlhusen (DDR) op de dag af een jaar na Hermann. Van de acht Löwenhardt-broers die in 1940 nog leefden, waren zij de enige twee die niet door de Nazi’s werden vermoord.2

En zo kom ik tenslotte bij mijn vader Heinz en oom Werner, zijn enige broer. Zij werden respectievelijk 75 en 85, gemiddeld dus 80. Ik stel vast dat ik met mijn 78 jaren weliswaar tot de oude garde behoor, maar beslist nog geen uitzondering ben. Zolang (Als) het vrede blijft, kan ik nog wel even mee.

19 augustus 2025

Print Friendly, PDF & Email
  1. Ik tel in deze groep niet mee David de Leeuw (1867-1868), die maar 14 maanden oud werd. [↩]
  2. Hun oudste broer Salomon Georg was al in 1923 overleden. Als enige van de negen Joodse broers die in de Eerste Wereldoorlog aan Duitse fronten stonden, bezweek hij vijf jaar na afloop aan zijn verwondingen, nog net geen 50 jaar oud. [↩]

Primaire Sidebar

  • Nederlands
  • English
  • Deutsch


  • Verhalen
  • Foto’s
  • Locaties

© 2026 | Löwenhardt Foundation | Cookie-instellingen