Het overlijden van Levy Löwenhardt, 14 mei 1898
Lang gezocht, stil gezwegen, nooit gedacht… en toch gekregen. Vele, vele jaren lukte het niet de datum en plek van overlijden van overgrootvader Levi/Levy Löwenhardt te vinden. Er kwamen aanwijzingen dat hij tegen het einde van de 19e eeuw was overleden. Immers zijn drie jongste zonen (van de twaalf kinderen), werden in 1899-1900 toegelaten tot het Joodse Provinciale Weeshuis van Westfalen en Rijnland in Paderborn. Hun moeder leefde toen nog (zij overleed pas in 1933), maar de zorg voor Julius (11), Siegmund (9) en Hermann (7) groeide haar kennelijk boven het hoofd. De oudste vijf broers van dit onfortuinlijke drietal waren weliswaar 20-26 jaar oud, maar geen van hen was nog getrouwd. Dat zal de belangrijkste reden zijn geweest waarom de drie jonge broertjes niet onder de hoede kwamen van hun oudere broers.
Aanwijzingen, maar meer ook niet. En vage geruchten bovendien, als zou hij gek zijn geworden en in een inrichting zijn opgenomen. Wie wil dat nou geloven.
De verlossing komt vaak wanneer je er totaal niet op bedacht bent. Uit het niets ontving ik begin 2024 van een heer in Bochum Levi’s overlijdensakte. Deze blijkt te worden bewaard in het archief van Nordrhein-Westfalen. Maar als gevolg van een krankzinnige vergissing is de akte niet zo een-twee-drie aan Levi te koppelen.
Het document is een bladzijde uit het boek waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand van Niedermarsberg overlijdens optekende. Opmerkelijk is het voorgedrukte gedeelte van de bladzijde van een groot kruis voorzien; de tekst is links daarvan geschreven. Dat heeft er mee te maken dat de voorgedrukte tekst begint met de woorden Vandaag verscheen voor de ondergetekende ambtenaar…. [de persoon die aangifte van overlijden kwam doen].
Deze aangifte is bij de gemeente niet in persoon gedaan, maar door middel van een briefje. De geschreven tekst links stelt dat van de directeur van het provinciale krankzinnigengesticht (Irrenanstalt) in Niedermarsberg bericht is ontvangen van het overlijden van slager Levy …
En dan volgt de krankzinnige fout. Alle overige gegevens in de tekst kloppen als een bus: Levy’s beroep; zijn leeftijd bij overlijden (57), zijn religieuze gezindheid (Joods), woonplaats (Oberhemer) de naam van zijn weduwe (Pauline Lennhoff), en de namen van zijn ouders (Salomon en Sophie Löwenhardt-Steinberg). Geen twijfel mogelijk, de datum en plaats waar ik vele jaren naar hebt gezocht staan hier geschreven: mijn overgrootvader is overleden in de namiddag van 14 mei 1898, in Niedermarsberg, gelegen in het Sauerland zo’n honderd kilometer ten oosten van Hemer.
In het document staat hij vermeld als Levy Löwenbach, maar een kniesoor die daar op let. De ambtenaar die dit heeft geschreven moet zelf een beetje in de war zijn geweest.1 Eerst noemt hij de overledene Löwenbach, enkele woorden later heet diens vader Löwenhardt. Bovendien blijkt uit het Opnameboek van het ziekenhuis dat Levy Löwenhardt op 5 mei 1898 werd opgenomen met de diagnose Paralytische Seelenstörung.2

Dit ziektebeeld is later bekend geworden onder de naam dementia paralytica; tegenwoordig neurosyfilis. Pas in de 20e eeuw is ontdekt dat dit het derde en laatste stadium was van onbehandelde syfilis. De symptomen als gevolg van hersen- en zenuwschade bleken pas vijf tot vijftien jaar na de infectie aan de dag te treden. Dementia paralytica kan verschillende vormen aannemen en we weten niet welke vorm Levi trof, aan welke pijn en ellende hij was blootgesteld.3 Wellicht is veel leed hem bespaard gebleven door zijn overlijden al na negen dagen in de inrichting.
Aanvullingen 5 en 24 maart 2024
- De vergissing is minder vergezocht dan het lijkt. In de 19e eeuw begon een behoorlijk groot aantal Joodse familienamen met Löwen; Löwenhardt was één van de minder frequent voorkomende familienamen. [↩]
- Archiv LWL, Best. 657/410 [↩]
- Zie over neurosyfilis in de Nederlandse context het helder geschreven artikel van Oosterhuis, H., & Slijkhuis, J. (2010). ‘Kadaverhersenen en excessen in Baccho en Venere: Dementia paralytica in de Nederlandse psychiatrie (1870-1920)’. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, 7(4), 27-49. https://doi.org/10.18352/tseg.401. [↩]

